Spelen vanut verbeelding

Spelen vanuit verbeelding

het ontginnen van onbewuste bronnen

Speltrainingen

Kinderen leren tijdens de training inventief en expressief te bewegen en te spreken, zodat anderen zien en begrijpen wat ze bedoelen.

In de sport train je wekelijks om een wedstrijd te winnen. Om een muziekinstrument te bespelen, herhaal je vaak vingeroefeningen en toonladders. Zo ook vraagt theater gerelateerd spel regelmatige training. Het gaat dan niet om sec trainen, maar altijd om trainen vanuit de verbeelding en het voorstellingsvermogen. Zodat je traint hoe je helder in spel overbrengt wat je zelf voor ogen had en wilt duidelijk maken.

Oefening baart kunst en iedere training kun je dus vaker doen. Geef de opdracht een andere spelinhoud mee en ze oefenen graag nog een keer met dezelfde opdracht. De hier beschreven spelvormen kunnen op zichzelf staan, maar ook aanleiding zijn tot spelsituaties.

We onderscheiden verschillend aspecten: de non-verbale en verbale kwaliteiten, het fantasierijk spelen met materiaal, rolontwikkeling van typetjes tot personages en vormgevingsmiddelen. Je traint deze aspecten door er specifiek spelopdracht - lesdoel en begeleiding op te richten. De besprekingspunten kunnen in de speltraining, bij het bespreken van spelsituaties of tijdens het werken aan presentaties aan bod komen. Als het echter bij een trainingsmoment blijft, is het goed om de kinderen te laten realiseren wat ze gedaan hebben.

Non-verbale kwaliteiten

Van jonge kinderen zie je vaak hoe zij anderen feilloos imiteren, zij zijn experts in waarnemen. Als jij ook zo goed observeert, zie je zelfs hun commentaar erin verwerkt doordat ze uitvergroten wat ze leuk of gek vinden. Jonge kinderen zijn de deskundigen in de non verbale taal, de school daagt hen echter meer en meer uit naar het hoofd te verhuizen. 

Naarmate kinderen ouder worden krimpt hun vermogen tot imiteren. Hun commentaar wordt verbaal zoals ze ouderen en ouders horen doen. De aangeboren deskundigheid in de non verbale taal verschrompelt, de school doet meer beroep op hun verbaliteit. 

Naarmate kinderen nog ouder worden, groeit hun verbaliteit verder zoals zij het thuis - op straat en in de school horen. De aangeboren belangrijke deskundigheid in de non verbale taal om taalproblemen in onze in vele opzichten grensoverschrijdende (intercultureel, milieu, IQ, EQ, opleidingsniveau, bubbles) wereld te overbruggen, verschrompelt. 

Dans ontwikkelt eveneens het non verbale instrument,  veelal binnen maat en ritme en al dan niet met bestaande of vastgelegde pasjes. Kinderen houden van dansen, van herhalen en vaak van presenteren zodat applaus erop volgt.
Dramatisch spel is vrijer, legt niet of minder expliciet houdingen en beweging vast, laat kinderen de lichaamstaal als communicatie ontdekken en hanteren. Zodat ze deze taal ook kunnen hanteren in de werkelijkheid.

Spel/drama/theater kan de non verbale taal levend houden en als kwaliteit verder ontwikkelen door de focus in spel op het non verbale te leggen. We kunnen hen uitdagen mensen fluisteraars te worden, zoals er al paarden - honden fluisteraars zijn. De kunstenaar Joseph Beuys als  coyote fluisteraar zal hen zeker inspireren.
Tip: selecteer uit de film de ontmoetingsmomenten van de coyote met Beuys.

Non verbale kwaliteiten zijn houding, beweging, gebaren, mimiek. Kinderen kunnen deze op verschillende manieren trainen. Ze kunnen houdingsbewust worden door tableau [wel]    - en beeldhouwvariaties. Door fysiek spel en pantomime kun je ze bewegingsbewust maken.

Striptableau Fotoserie  Emotietableau
Een concrete uitwerking

Beeldhouwen - Spelen zonder woorden  - Climaxtableau
Een concrete uitwerking     

Zodra dit afzonderlijk is getraind, leren de kinderen de combinatie van mimiek, houding en beweging in verschillende opdrachten. De spelen die we hier bespreken zijn: houdingspelen, spel vanuit houding - mimiekpantomime.

Beweging

Nadat de kinderen zich bepaalde houdingen meer bewust zijn geworden, gaan we enigszins de abstracte bewegingen verkennen. Door in de uitleg te benadrukken dat de bewegingen geen concrete betekenis hoeven te hebben, stimuleer je de bewegingsfantasie en - vrijheid. Liefhebbers van dans zijn snel te herkennen. Als je goed observeert, zie je wie inventief zijn in de bewegingen en anderen inspireren.

Verbale kwaliteiten

Ten onrechte wordt vaak gedacht dat jonge kinderen geen taal kunnen gebruiken, vandaar hier enkele opmerkingen vooraf. Jonge kinderen vertellen honderduit als je hun één woord verhalen en ervaringen in één zin samengevat, echt beluistert en dus ook ziet hoe zij door mimiek, beweging, houdingen en stemkleur hun verhaal verder kleuren en detailleren. Vanuit je doorvragen op dat ene woord, kan een verhaal ontstaan en met de groep die het uitspeelt wordt het een feest voor de auteur.  Geduldig waarnemen is een grote uitdaging in onze haast je rep je tijd  in een groep actieve kleuters. Een lichtend voorbeeld van hoe het kan, is Vivian Pale en haar  Helicopter stories. Deze openden fantastisch spelmogelijkheden en kleuters voelden zich erkend.
Zo ook zijn er culturen waarin kinderen het initiatief tot spreken niet mogen nemen, waarin beleefdheidsnormen de spreekvrijheid beperken. Noodgedwongen blijft taalbeheersing en woordenschat hierdoor achter bij leeftijdsgenootjes.

Verbale kwaliteiten zijn onder andere: stemkleur, helder stemgebruik - articulatie, begrijpelijk woordgebruik, spreekritme, beeldend taalgebruik, vertelvaardigheden.

Telefoonspel
Voor sommigen is telefoneren gemakkelijker dan een live gesprek voeren.
Met behulp van gespreksonderwerpen op kaartjes  vereenvoudig je het voeren van een gesprek nog meer. Als je de kinderen twee aan twee met de ruggen naar elkaar laat zitten,  zijn ze even onzichtbaar voor elkaar als tijdens een echt telefoongesprek.  Op deze manier kun je hen stimuleren langer te spreken dan een zin. 

Het is een prima utdaging voor sommigen om het telefoongesprek te herhalen in een live gesprek op de vloer. Ze ontdekken dan wat ze wel en niet willen herhalen of hoe ze het nu anders zeggen. Hierop met de groep reflecteren is belangrijk.

Vervolgens richt de training zich op beeldend en klankrijk taalgebruik, spannend vertelvermogen, gebruik van articulatie, intonatie, tempo, volume.
Deze kwaliteiten kunnen onder andere worden getraind door spelvormen als: kleurrijk spreken, beeldend vertellen, hoorspel, de kunst van het vertellen, verhalen vertellen en spelen.

Door bewust een van de trainingsaspecten als doel te benoemen, weet je waarop je een training richt en dus waarop je de training wilt begeleiden en nabespreken.   Oefening baart kunst. Iedere training kun je vaker doen. Door de opdracht een andere spelinhoud mee te geven, blijft het de kinderen een aantal keren boeien. Tijdens de training  blijft de focus qua begeleiding op het vergroten van de expressiviteit. In de spelimprovisaties  kunnen de kinderen dan ten volle de eerdere inspiratie en verworven mogelijkheden toepassen en de leerlijnen voor het instrument realiseren.

update winter 2018